Choose language

Hoe ziet 2027 eruit voor het Nederlandse MKB?

Op Prinsjesdag, 15 september 2026, kwamen de Miljoenennota 2027 en het pakket Belastingplan 2027 naar de Tweede Kamer. Samen bevatten ze tientallen maatregelen die ondernemers raken. Bijna geen ondernemer wordt door alle maatregelen geraakt, daarom hebben we daar onderscheid in gemaakt. Sommige wijzigingen staan al vast, anderen zullen in de komende periode worden beslecht.

Staat al in de wet.
Aangenomen wetgeving met een ingangsdatum. Hier kun je nu op plannen.

Staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027.
Er ligt een voorgestelde wettekst met een bedrag en een datum, maar de Tweede en de Eerste Kamer moeten er nog over stemmen.[1]

Aangekondigd.
Het staat in de Miljoenennota of in het regeerakkoord, met een bedrag of een richting, maar er is nog geen wettekst.

Geen meerderheid
Dit kabinet heeft geen Kamermeerderheid, dus het pakket kan tijdens de behandeling nog veranderen; vorig jaar gebeurde dat ook, juist bij de autoregelingen. En de bedragen uit de Miljoenennota zijn opbrengsten voor het Rijk, geen kosten per bedrijf.

Wat elke ondernemer raakt

Wie tegen een beloning van ten hoogste 36 euro per uur arbeid verricht voor een ander, wordt vermoed dat te doen op basis van een arbeidsovereenkomst.

Voor iedereen die met zzp'ers werkt is het waarschijnlijk de wijziging met de meeste gevolgen.

Staat al in de wet.
Per 31 december 2026 treedt een nieuw artikel in het Burgerlijk Wetboek in werking met een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst.[10]

Werkt iemand voor je onder dat uurtarief en stelt die persoon dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan is het aan jou om aan te tonen dat dat niet zo is. De bewijslast keert dus om. Die 36 euro is het bedrag zoals het in de wet staat; het beweegt mee met het minimumloon en komt met peildatum 1 januari 2026 uit op ongeveer 38 euro. Het definitieve bedrag wordt bij ministeriële regeling vastgesteld en is nog niet bekendgemaakt.[10]

 

De kilometervergoeding van 25 cent komt in de wet

Staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027.
De onbelaste kilometervergoeding voor medewerkers en het forfait voor je eigen zakelijke kilometers zijn 25 cent in plaats van 23 cent, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026.[1] Tot nu toe stond dat alleen in een beleidsbesluit, en dat besluit vervalt op 1 januari 2027.[12]

Zonder deze stap zou het bedrag op nieuwjaarsdag terugvallen op 23 cent. Het wetsvoorstel vervangt 0,23 door 0,25 op elke plek waar het bedrag in de Wet inkomstenbelasting en de Wet op de loonbelasting staat.[1] Dezelfde verhoging geldt voor het forfait bij specifieke zorgkosten en voor de giftenaftrek als een vrijwilliger van een reiskostenvergoeding afziet.

 

De schijven worden voor minder dan de helft van de inflatie gecorrigeerd

Staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027, dit is de maatregel met het grootste bedrag erachter.
Tariefschijven en heffingskortingen worden normaal jaarlijks met de tabelcorrectiefactor aan de inflatie aangepast. Die correctie zou per 1 januari 2027 2,6 procent zijn. Het kabinet stelt voor die correctie voor 48 procent toe te passen, waardoor de feitelijke correctie uitkomt op 1,248 procent.[1]

Dat is de vrijheidsbijdrage van burgers: 1,5 miljard euro in 2027 en structureel 3,4 miljard vanaf 2028.[1] Voor 2028 staat er geen percentage in de wet maar een formule, zodat de opbrengst vaststaat en het percentage volgt; het bedrag waarmee die formule rekent is 1,9 miljard euro.[1]

Wat je ervan merkt: je inkomen valt eerder in een hogere schijf zonder dat een tarief zichtbaar omhooggaat. Dat raakt je winst uit onderneming in box 1 en het nettoloon van iedereen die bij je werkt. Let op de zinsnede in de toelichting dat de beperkte inflatiecorrectie op een aantal bedragen betekent dat de vrijheidsbijdrage niet alleen door burgers wordt geleverd, maar ook in beperkte mate door bedrijven.[1]

Er zijn uitzonderingen gemaakt, onder meer voor bedrijfsmiddelen die zowel zakelijk als privé worden gebruikt en voor de doorschuifregeling aanmerkelijk belang. Daar geldt de tabelcorrectiefactor wel volledig.[1]

 

Daar staat een koopkrachtpakket tegenover

Staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027.
De arbeidskorting gaat met 173 euro omhoog op alle knikpunten en in het koopkrachtpakket gaan de tarieven in de eerste en tweede schijf met 0,06 procentpunt omlaag. Dat koopkrachtpakket wordt deels gedekt door het aanvangspunt van het toptarief te bevriezen op het niveau van 2026 en de ouderenkorting met 100 euro te verlagen.[1][2] Per saldo betaal je in 2027 toch een hoger tarief: het wetsvoorstel telt er een verhoging bovenop als dekking voor de compensatie van de zorgpremies, waardoor schijf 1 van 35,75 naar 36,23 procent gaat en schijf 2 van 37,56 naar 38,16 procent.[1] In het wetsvoorstel begint het toptarief van 49,50 procent bij 78.426 euro.[1]

Het kabinet noemt dit zelf een technische invulling en zegt er het gesprek met de Kamer over aan te gaan.[2] Dit is dus het onderdeel dat tijdens de behandeling nog het meest kan schuiven. De koopkracht van huishoudens ontwikkelt zich in 2027 met 0,1 procent achteruit.[2]

 

Brandstof blijft langer goedkoper dan gepland

Staat deels in het wetsvoorstel, deels aangekondigd.
De accijnskorting op ongelode benzine loopt door tot 1 januari 2028.[1] De korting op diesel van 11,905 eurocent wordt in 2027 verlengd. En de Miljoenennota kondigt aan dat de korting op benzine en diesel in 2028 deels wordt verlengd, zodat de volledige afbouw pas per 2029 plaatsvindt.[2]

Kom je een overzicht tegen waarin staat dat de accijnskorting per 2028 helemaal stopt, dan is dat sinds Prinsjesdag achterhaald.

 

De waterrekening gaat omhoog

Staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027.
De belasting op leidingwater gaat per 1 januari 2027 met 10 cent per kubieke meter omhoog, van 43,7 naar 53,7 eurocent. Dat verhoogt de kostprijs van water met ongeveer 4 procent, en het tarief wordt voortaan jaarlijks geïndexeerd.[1]

Twee dingen komen samen: bij het Belastingplan 2026 was al geregeld dat per 2027 het heffingsplafond van 50.000 kubieke meter vervalt, waardoor je over je volledige verbruik gaat betalen.[1] De memorie van toelichting rekent het effect voor per soort bedrijf.

 

Verbruik per jaar Aantal bedrijven Maximale lastenstijging per jaar
0 tot 300 m3  235.941 30 euro
300 tot 10.000 m3 21.413 1.000 euro
10.000 tot 15.000 m3 1.946 1.500 euro
15.000 tot 25.000 m3 1.420 2.500 euro
25.000 tot 120.000 m3 1.397 12.000 euro


Bron: memorie van toelichting bij het Belastingplan 2027, tabel 13.[1]

Zwembaden en autowasstraten zonder waterrecycling zitten in de onderste groep, de voedingsmiddelen- en farmaceutische industrie in de bovenste.

 

Zonnepanelen op je dak verdienen zich anders terug

Staat al in de wet, en ook dit is geen belastingmaatregel.
Vanaf 1 januari 2027 kun je de stroom die je teruglevert niet meer wegstrepen tegen de stroom die je afneemt. Je leverancier betaalt een terugleververgoeding, met tot 1 januari 2030 een wettelijke bodem van 50 procent van de overeengekomen leveringsprijs.[11]

Er verandert niets in je administratie, wel in je businesscase.

 

E-facturatie heeft nu een Nederlandse datum

Beleidskeuze, nog geen wetsvoorstel.
Over dit onderwerp circuleerden lang verkeerde jaartallen, omdat Nederland geen eigen verplichting had. Sinds 11 september 2026 wel.[15]


E-facturatie tussen ondernemers in Nederland gaat in vanaf 1 juli 2030, op dezelfde datum als facturen aan ondernemers in andere EU-landen. De factuur moet voldoen aan een uniforme Europese norm. Digitale rapportage aan de Belastingdienst over binnenlandse transacties volgt vanaf 1 juli 2031; voor transacties met ondernemers in andere EU-landen geldt 1 juli 2030. Rapporteren gaat per factuur en vrijwel direct, op het moment dat je de factuur uitreikt, in plaats van een totaal per maand of per kwartaal. Val je onder de kleineondernemersregeling met een omzet van maximaal 20.000 euro per kalenderjaar, dan gelden beide plichten niet voor jou.[15]


Het conceptwetsvoorstel gaat dit najaar in consultatie, het wetsvoorstel moet vóór het zomerreces van 2027 bij de Tweede Kamer liggen en de behandeling moet afgerond zijn vóór 1 juli 2028.[15] Kom je een eerder jaartal tegen, zoals 2026, 2027 of 2028, controleer dan over welk land het gaat: België en Frankrijk hebben eigen verplichtingen die eerder ingaan.

Los daarvan loopt het Europese pakket VAT in the Digital Age. Het onderdeel over de platformeconomie wordt per 2028 ingevoerd, en daarbij wordt de definitie van kortetermijnverhuur generiek aangepast.[2]

Je doet de boekhouding zelf

Eenmanszaak, vof, maatschap of een kleine bv, tot ongeveer tien medewerkers, zonder aparte financiële kracht.

De startersaftrek is praktisch weg

Staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027, en dit is voor startende ondernemers de grootste post.
De startersaftrek gaat per 1 januari 2027 van 2.123 euro naar 10 euro, en vervalt per 1 januari 2028 helemaal.[1]

Het kabinet legt uit waarom er zo'n vreemd bedrag staat: afschaffing per 2027 bleek niet uitvoerbaar, dus wordt eerst het bedrag verlaagd en verdwijnt de regeling een jaar later helemaal uit de wet. Er is bewust geen overgangsrecht. De maatregel geldt dus ook voor wie in 2025 is gestart en nog op twee jaar aftrek rekende; in 2026 kan dat nog wel.[1] Ongeveer 250.000 ondernemers gebruiken de regeling.[1]

Twee regelingen in hetzelfde rijtje verdwijnen ook. De willekeurige afschrijving voor starters vervalt per 1 januari 2028; die staat niet in de wet maar in een uitvoeringsregeling, en wordt daarom via de Eindejaarsregeling 2026 geschrapt.[1] En de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid vervalt per 1 januari 2029. Dat is de aftrek van maximaal 12.000 euro in het eerste jaar, 8.000 in het tweede en 4.000 in het derde. Hij geldt voor wie niet aan het urencriterium van 1.225 uur voldoet, maar wel aan het verlaagde criterium van 800 uur, en recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ongeveer duizend ondernemers gebruiken die regeling.[1][2]

Dit werkt door in je toeslagen. Alle drie de regelingen verlagen je verzamelinkomen. Vallen ze weg, dan gaat je verzamelinkomen omhoog, en daarmee mogelijk je recht op toeslagen. Het kabinet schrijft dat je de voorschotbeschikking voor 2027 en 2028 goed moet controleren en zo nodig aanpassen, om te voorkomen dat er van een te laag inkomen wordt uitgegaan.[1] Dat raakt naar schatting 45.000 mensen.

De zelfstandigenaftrek staat op het eindpunt van het afbouwpad

Staat al in de wet.
Per 1 januari 2027 is de zelfstandigenaftrek 900 euro voor de ondernemer die aan het urencriterium van 1.225 uur voldoet. Heb je de AOW-leeftijd bereikt, dan is het de helft daarvan.[9][20]

Meewerkaftrek en stakingsaftrek: in 2027 nog gewoon te gebruiken

Staat al in de wet.
Verschillende overzichten melden dat de meewerkaftrek en de stakingsaftrek per 2027 met 75 procent worden versoberd. Die aankondiging bestaat, in een Kamerbrief van 3 juni 2025.[19] Maar het Belastingplan 2027 raakt beide regelingen niet aan: de artikelen 3.78 en 3.79 komen in het hele wetsvoorstel niet voor.[1]

In de Miljoenennota staan ze wel, als stapsgewijze afschaffing in het inkomstenkader, met bedragen die pas in latere jaren gaan lopen.[2] In de wet staan ze onveranderd: de meewerkaftrek op 1,25 tot 4 procent van de winst als je partner zonder vergoeding in je onderneming meewerkt, en de stakingsaftrek op maximaal 3.630 euro bij het staken van je onderneming.[9]

Plan je een overdracht of een beëindiging in 2027, dan kun je met beide rekenen. Voor de jaren daarna niet: het geld is ingeboekt, alleen de wettekst ontbreekt nog.

De auto van de zaak

Staat al in de wet en deels in het wetsvoorstel.
Voor de ondernemer in de inkomstenbelasting gelden dezelfde autoregels als voor werkgevers in de volgende sectie, met drie punten die hier het meest spelen.

De youngtimergrens gaat per 1 januari 2027 van 16 naar 17 jaar en per 1 januari 2028 naar 20 jaar.[1] Is je auto ouder dan die grens, dan is de bijtelling 35 procent van de waarde in het economische verkeer in plaats van 22 procent van de cataloguswaarde. Veel overzichten rekenen nog op een sprong naar 25 jaar. Dit wetsvoorstel schrapt die: de memorie van toelichting zet de verhoging naar 17 jaar uitdrukkelijk tegenover de 25 jaar die uit het Belastingplan 2026 voortvloeide.[1]

De tijdelijke korting op de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto's van ondernemers is 50 procent en loopt van 1 juli tot en met 31 december 2026.[1] Op 1 januari 2027 betaal je weer het volle tarief. Dit is de enige maatregel in dit artikel waarvan het einde vaststaat en die nu al geld scheelt.

Rijd je elektrisch, dan wordt de korting op de bijtelling kleiner: 2 procentpunt met een maximum van 600 euro in 2027, tegen 4 procentpunt en 1.200 euro in 2026.[8]

Investeren in energie wordt aantrekkelijker

Staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027.
De energie-investeringsaftrek gaat van 40 naar 45,5 procent.[1] Staat je investering op de Energielijst, dan trek je dat percentage van het investeringsbedrag af van je fiscale winst, in de inkomstenbelasting en in de vennootschapsbelasting.

Daarnaast kun je sinds 1 juli 2026 makkelijker lenen om te verduurzamen, via de verruimde Borgstelling MKB-kredieten voor energie. De Garantie Ondernemingsfinanciering is per dezelfde datum met vijf jaar verlengd, en het kabinet investeert extra in de subsidie voor energiebesparende maatregelen in het MKB.[2]

Je hebt een eigen administratie

Ongeveer tien tot vijftig medewerkers, met een financiële afdeling van een paar mensen. Alles hierboven geldt ook voor jou; dit komt erbij.

De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt groter

Staat al in de wet.
Per 1 januari 2027 is de vrije ruimte 2,16 procent van je fiscale loonsom tot 400.000 euro, plus 1,18 procent over het deel daarboven.[8]

De vrijstelling voor personeelskorting op je eigen producten verdwijnt

Staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027.
Geef je medewerkers korting op producten uit je eigen branche, dan is daar nu een gerichte vrijstelling voor: tot 20 procent van de waarde, met een maximum van 500 euro per medewerker per kalenderjaar.[8] Die vrijstelling vervalt per 1 januari 2027.[1]

Korting geven blijft toegestaan, alleen gaat het dan ten laste van je vrije ruimte. Daar staat wel iets tegenover: je hoeft niet meer per medewerker bij te houden hoeveel korting is gegeven.[1]

Vervroegd uittreden wordt fors duurder

Staat al in de wet, en dit is de grootste sprong van het jaar als je een vertrekregeling aanbiedt.
De pseudo-eindheffing bij een regeling voor vervroegde uittreding was 52 procent tot en met 2025, is 57,7 procent in 2026, wordt 64 procent per 1 januari 2027 en 65 procent per 2028.[8][20]

Ligt er een regeling op tafel, dan scheelt ondertekenen in 2026 of in 2027 ruim zes procentpunt over hetzelfde bedrag. De drempelvrijstelling is structureel gemaakt, met vanaf 2028 een ijkmoment elke drie jaar.[20]

De pensioengrens blijft zes jaar op hetzelfde bedrag staan

Staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027.
Tot een pensioengevend loon van 137.800 euro, het bedrag van 2026, kan fiscaal gefaciliteerd pensioen worden opgebouwd. Die grens wordt vanaf het begin van 2027 tot en met 2032 niet geïndexeerd, en hetzelfde geldt voor het inkomen waarover lijfrente kan worden opgebouwd.[1]

Heb je medewerkers boven die grens, dan valt elk jaar een stukje pensioenopbouw buiten de fiscale facilitering.

Fossiele auto's van de zaak krijgen een eindheffing van 12 procent

Staat al in de wet.
Stel je een fossiele personenauto ook voor privédoeleinden ter beschikking aan een medewerker, dan betaal je als werkgever daarover een eindheffing van 12 procent.[8] Vier dingen om te weten.

De grondslag is de catalogusprijs plus de bpm, niet de dagwaarde. Fossiel betekent hier dat uit het kentekenregister niet blijkt dat de CO2-uitstoot 0 gram per kilometer is. Woon-werkverkeer telt voor deze heffing als privégebruik, en dat is precies andersom dan bij de gewone bijtelling. En de heffing komt bovenop de bijtelling bij je medewerker, is niet op die medewerker te verhalen, en je betaalt hem uiterlijk met de aangifte over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar.[8]

Er is overgangsrecht: voor auto's die je al vóór 1 januari 2027 ter beschikking had gesteld, geldt de heffing tot 17 september 2030 niet.[8] Het kabinet kondigde in juni aan die termijn te verlengen naar 1 januari 2031 en een vrijstelling in te voeren voor tijdelijk vervoer van maximaal zeven aaneengesloten dagen per kalenderjaar.[13] Die twee staan niet in het Belastingplan 2027, dus ze moeten uit een ander wetsvoorstel komen.

Er komt een greentimerregeling, maar met twee jaartallen

Aangekondigd, geen wettekst.
Voor elektrische auto's van vijf tot acht jaar oud komt een verlaagd bijtellingstarief van 14 procent, steeds voor maximaal drie jaar, waarna de laatste groep in 2035 uitstroomt.[2] Let op: de Miljoenennota noemt de maatregel in de tabel "per 2028" en in de toelichting "per 2029".[2] Zolang er geen wettekst is, is dit aangekondigd beleid.

Twee premies bewegen de verkeerde kant op

Aangekondigd, en dit hoort niet in het Belastingplan maar in de jaarlijkse premieregeling.
De premie voor de Werkhervattingskas is door het UWV 357 miljoen euro hoger vastgesteld, wat neerkomt op 0,15 procentpunt tariefverhoging. Normaal wordt zo'n mutatie gecompenseerd binnen de Aof-premie; dat gebeurt nu niet.[2]

Daarnaast is de vrijheidsbijdrage voor bedrijven ingevuld als taakstellende verhoging van de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds: 1,5 miljard euro in 2027 en structureel 1,7 miljard vanaf 2028.[1][5] Het regeerakkoord zegt erbij dat over de invulling overleg plaatsvindt met ondernemersorganisaties.[5]

Er zit ook een beweging de andere kant op. Het eigen risico gaat in 2027 niet met 60 euro omhoog, waardoor de zorguitgaven met ongeveer een miljard euro stijgen en de zorgpremies meebewegen. Het deel dat bedrijven afdragen wordt gecompenseerd via een lagere Aof-premie.[2] Wat je per saldo betaalt, weet je pas als de premiepercentages voor 2027 zijn vastgesteld.

Drie dingen in de sociale zekerheid schuiven op

Aangekondigd, in het uitgavenkader van de Miljoenennota.
De compensatieregeling transitievergoeding zou per 1 januari 2027 worden afgeschaft; dat is met een jaar uitgesteld naar 1 januari 2028.[2] Voor werkgevers die na twee jaar ziekte een transitievergoeding betalen, is dat een jaar extra.

De verkorting van de maximale WW-duur van 24 naar 12 maanden is eveneens met een jaar uitgesteld, naar 2029; de andere WW-maatregelen uit het regeerakkoord gaan vanaf 2030 ongewijzigd in.[2] En de geplande verlaging van het maximumdagloon met 20 procent is geschrapt, waardoor het huidige niveau voor WIA, WAO, WW en ZW blijft staan.[2]

De eerstedagsmelding verdwijnt

Aangekondigd in de Fiscale verzamelwet 2027, die nu bij de Tweede Kamer ligt.
De afschaffing is voorzien per 1 januari 2027, en verplichtingen die vóór die datum zijn opgelegd hoeven daarna niet meer te worden nagekomen.[14]

De expatregeling gaat van 30 naar 27 procent

Staat al in de wet.
Voor werknemers die je uit het buitenland aantrekt, mag je per 1 januari 2027 maximaal 27 procent van het loon onbelast vergoeden in plaats van 30 procent, gedurende ten hoogste vijf jaar.[8] De salarisnormen gaan ook omhoog, maar de bedragen voor 2027 zijn nog niet vastgesteld. Voor wie de regeling al vóór 2024 gebruikte, geldt overgangsrecht.

Je bent doorgegroeid

Vijftig medewerkers of meer, met een financieel manager of controller en een eigen team. Alles hierboven geldt ook; dit komt erbij.

Het MKB-forfait in de innovatiebox gaat van 25.000 naar 100.000 euro

Staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027, per 1 januari 2027, en dit is de meest concrete meevaller in het pakket voor een bv met eigen ontwikkelwerk.
[1]

De innovatiebox laat je voordelen uit zelfontwikkelde immateriële activa tegen een verlaagd tarief belasten. Uitrekenen hoeveel winst aan zo'n activum is toe te rekenen, is lastig en duur. Daarom bestaat er sinds 2013 een forfait: 25 procent van de winst geldt als innovatieboxvoordeel, met een plafond. Dat plafond is sinds 2013 nooit geïndexeerd, waardoor het gebruik terugliep.[1]

Met 100.000 euro verwacht het kabinet dat ruim 350 bedrijven die nu het reguliere regime toepassen overstappen naar het forfait, en dat ongeveer 400 bedrijven de innovatiebox voor het eerst gaan gebruiken. De administratieve lasten voor die groep dalen naar schatting met 8,1 miljoen euro.[1] Ruim 85 procent van de gebruikers van het forfait is MKB.

Aandelenopties voor medewerkers van startups en scale-ups

Apart wetsvoorstel binnen het pakket Belastingplan.
Aandelenopties worden uiterlijk bij vervreemding belast in plaats van eerder, en de belastinggrondslag wordt versmald naar 65 procent.[2] Er komt een nieuwe definitie van startup en scale-up bij.

Internationale regels: twee bewegingen om in de gaten te houden

Binnen het Inclusive Framework is begin 2026 een akkoord bereikt over meer zekerheid bij de wereldwijde minimumbelasting. De Wet minimumbelasting 2024 wordt daarop aangepast in een apart wetsvoorstel over veiligehavenregels.[2]

Daarnaast verandert de fiscale behandeling van ingeprijsde valutaresultaten op afdekkingsinstrumenten onder de deelnemingsvrijstelling, voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2027. Voor instrumenten die vóór 15 september 2026 zijn aangegaan geldt uitgestelde werking tot en met 31 december 2027.[1]

Wat het kabinet belooft juist niet te doen

Bij een Prinsjesdag gaat alle aandacht naar wat verandert. Voor je meerjarenplanning is even belangrijk wat blijft. Het regeerakkoord noemt met naam: de vennootschapsbelasting gaat niet omhoog, de innovatiebox blijft behouden, de WBSO-subsidie wordt uitgebreid voor de ontwikkeling van AI en technologie, en de kredieten voor het MKB zoals de borgstelling mkb-kredieten blijven onverminderd in stand.[5]

Twee bewegingen zijn aangekondigd zonder datum. De energie-investeringsaftrek, de milieu-investeringsaftrek en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen worden waar mogelijk samengevoegd tot één investeringsregeling.[5][7] En er staat 152 miljoen euro gereserveerd voor nader uit te werken verbeteringen aan de fiscale investeringsaftrekken, een win-winlening en een EU-beleggingsrekening.[2][5]

Je bent accountant of administratiekantoor

Je hebt dubbel werk: je bent zelf werkgever, en je krijgt de vragen van al je cliënten. Dit is wat er in jouw agenda verandert.

Vier dingen waarover je cliënten verkeerd geïnformeerd zijn

De youngtimergrens gaat niet naar 25 jaar maar naar 17 jaar in 2027 en 20 jaar in 2028.[1] Elk overzicht dat nog 25 jaar noemt, is sinds Prinsjesdag achterhaald, en dat zijn er veel.

De startersaftrek heeft een bedrag gekregen: 10 euro in 2027, en per 2028 vervalt het hele wetsartikel.[1] Wie in 2027 start, moet er niet op rekenen.

De meewerkaftrek en de stakingsaftrek worden in 2027 niet aangeraakt, ondanks wat de aankondiging uit 2025 zegt.[1][19]

En de accijnskorting op brandstof stopt niet per 2028, maar wordt in dat jaar deels verlengd.[2]

De aftrek voor specifieke zorgkosten verdwijnt, en dat raakt elke particuliere aangifte

Staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027.
Per 1 januari 2028 vervalt afdeling 6.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in zijn geheel.[1] Dit is de enige maatregel in het hele wetsvoorstel waaraan een gekwantificeerde regeldrukvermindering hangt: circa 24 miljoen euro structureel per 2028, volledig toe te schrijven aan deze ene maatregel.[1]

Bij alle andere maatregelen zijn de regeldrukkosten niet gekwantificeerd, omdat het kabinet verwacht dat ze afgerond nul zijn.[1]

Box 3: de novelle zit niet in het Belastingplan 2027

Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is door de Tweede Kamer aangenomen en ligt bij de Eerste Kamer, die de stemming heeft uitgesteld tot er een novelle ligt. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028.[16]

Die novelle is een apart wetsvoorstel. Het woord komt in de Miljoenennota 2027 niet voor en in het Belastingplan 2027 evenmin.[1][2] Wil je de definitieve cijfers, kijk dan in dat aparte voorstel en niet in het Belastingplan. Daarbovenop wil het kabinet het stelsel na 2028 doorontwikkelen naar een vermogenswinstsystematiek.[5]

De overdrachtsbelasting voor niet-bewoners gaat naar 7 procent

Staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027, per 1 januari 2027:
het algemeen woningtarief gaat van 8 naar 7 procent.[1] Dat geldt voor woningen waar de koper niet zelf duurzaam gaat wonen, bijvoorbeeld om te verhuren. Het tarief van 2 procent voor het eigen hoofdverblijf en de startersvrijstelling veranderen niet, en de verlaging geldt niet voor andere onroerende zaken dan woningen, zoals bedrijfspanden.[1]

Voor woningcorporaties komt er daarnaast een nieuwe vrijstelling in de overdrachtsbelasting, en zij worden per 2028 uitgezonderd van de earningsstrippingmaatregel uit de Europese antibelastingontwijkingsrichtlijn.[1][2]

Twee bewegingen die geen tarief zijn en toch het meeste werk raken

De Belastingdienst wil naar automatisch en realtime. In de strategische agenda staat dat burgers en bedrijven hun belastingzaken steeds vaker realtime en automatisch moeten kunnen regelen, en dat de eerste pilots zijn gestart.[7] Dat is dezelfde richting als die van de e-facturatie- en rapportageplicht hierboven: de aangifte volgt uit de administratie in plaats van uit een apart invulmoment.

Daarnaast belooft het regeerakkoord jaarlijks een Vereenvoudigingswet en minimaal 500 regels schrappen of vereenvoudigen.[5] De eerste editie wordt in november 2026 ingediend en raakt de fiscaliteit niet: die gaat over de Omgevingswet, het Burgerlijk Wetboek, de Energiewet, de Mijnbouwwet, de Wet windenergie op zee en de studiefinanciering.[18] Houd het in de gaten als terugkerend onderwerp, niet als lastenverlichting voor 2027.

Zit je in een van deze branches

Een aantal maatregelen raakt maar één sector, en juist die zijn makkelijk te missen omdat ze niet in de algemene overzichten staan.

Sierteelt. Het lage btw-tarief vervalt per 1 januari 2028: van 9 naar 21 procent. Het gaat om bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten, kerstbomen inbegrepen.[1] Zit je in die sector of heb je klanten die erin zitten, dan is dat een prijsbeslissing die in 2027 valt.

Glastuinbouw. Het afschaffen van de CO2-heffing wordt uitgesteld naar 2028, om aan te sluiten bij het uitstel van ETS2. In 2027 wordt de sector gecompenseerd voor de meerkosten van de bijmengverplichting groen gas, via een verlaging van de verlaagde energiebelastingtarieven.[1][2] Over de hoogte van de CO2-prijs en de kostencompensatieregeling beslist het kabinet in het voorjaar van 2027.[1]

Horeca en brouwerijen. De alcoholaccijns wordt vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd met de tabelcorrectiefactor, wat nu nog niet gebeurt.[1] En de kleine brouwersregeling, het verlaagde accijnstarief voor brouwerijen tot 200.000 hectoliter per jaar, vervalt per 2028 na een negatieve evaluatie. Het accijnsverschil is klein: op een glas van 33 centiliter met 5 procent alcohol gaat het in 2027 om één cent.[1]

Transport en logistiek. Het nihiltarief in de motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto's loopt van 1 juli tot en met 31 december 2026; daarna betaal je weer het volle tarief.[1] Sinds 1 september 2026 geldt een tijdelijke korting op de vrachtwagenheffing.[1][2] De accijnskorting op diesel wordt in 2027 verlengd. En de teruggaafregeling in de accijns voor bio- en hernieuwbare brandstoffen vervalt per 1 januari 2027.[1]

Bosbouw. De bosbouwvrijstelling, die voordelen uit bosbedrijf vrijstelt van inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting, vervalt per 1 januari 2029 zonder overgangsrecht.[1] Vijf miljoen euro van de opbrengst gaat terug naar natuurbeleid via een subsidie.

Landbouw. Het kabinet denkt aan een fiscale investeringsreserve dier en klimaat, waarmee agrariërs worden ondersteund bij investeringen in dierenwelzijn en natuurbevordering tot uiterlijk 2035. De vormgeving wordt het komende halfjaar onderzocht, met besluitvorming in het voorjaar van 2027.[2]

Visserij. In september 2026 opende de energie-efficiëntieregeling visserij, en sinds 20 augustus 2026 kan steun worden aangevraagd voor de hogere bedrijfskosten in de sector.[2]

Reis- en luchtvaartbranche. Per 2027 wordt de vliegbelasting gedifferentieerd naar afstand: 31,04 euro per passagier voor bestemmingen tot ongeveer 2.000 kilometer, 49,87 euro tot ongeveer 5.500 kilometer en 74,81 euro daarboven. Het hoge tarief wordt vervolgens verlaagd naar het Duitse niveau van 59,43 euro.[1][2]

Ballonvaart. Het verlaagde btw-tarief van 9 procent vervalt per 2028; daarna geldt 21 procent.[1]

Afvalverwerking. De aanscherping van de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties wordt langzamer ingevoerd en de verhoging van de afvalstoffenbelasting wordt deels teruggedraaid.[1][2]

Wat geen wet is en je jaar toch bepaalt

De Miljoenennota wijst drie knelpunten aan die volgens het kabinet private investeringen tegenhouden: netcongestie, regeldruk en beperkingen in de vergunningverlening rond stikstof.[2] Het wegnemen daarvan is de kern van het economische verhaal, maar er hangt geen datum aan.

Wel hangen er bedragen aan drie andere dingen. Er komt tot en met 2035 ruim 10 miljard euro extra naar de Nederlandse infrastructuur, plus structureel 800 miljoen euro per jaar vanaf 2036.[2] Er wordt een Nationale Investeringsinstelling opgericht die op afstand van de overheid leningen verstrekt aan jonge, innovatieve bedrijven die bij de markt niet terechtkunnen.[2] En de vrijgevallen middelen uit het Nationaal Groeifonds gaan naar een nieuwe openstellingsronde.[2]

Voor personeel geldt dat elke arbeidsmarktregio een Werkcentrum krijgt waar werkzoekenden, werkenden en werkgevers terechtkunnen voor scholing en werk.[2] En via de Talentstrategie richt het kabinet zich op vier domeinen: digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie, en life sciences en biotechnologie.[2]

Eén ding voor na 2028. In de meerjarige ramingen staat een suikerbelasting, met een eerste opbrengst van 77 miljoen euro in 2029 en 930 miljoen in 2030.[3] Die maatregel is geen besluit van deze Prinsjesdag maar staat wel ingeboekt. Zit je in de levensmiddelenbranche, dan is dat een post om nu al te volgen.

Wat je nu kunt doen

Loop je zzp-contracten na vóór 31 december. Het rechtsvermoeden gaat dan in en legt de bewijslast bij jou als het uurtarief onder de grens ligt.

Ligt er een vertrekregeling op tafel, beslis dan dit jaar. De heffing gaat op 1 januari van 57,7 naar 64 procent over hetzelfde bedrag.

Start je binnenkort, haal de startersaftrek dan uit je begroting. Hij zakt in 2027 naar tien euro en is in 2028 weg. Gebruik je nu een van de startersregelingen en krijg je toeslagen, controleer dan je voorschotbeschikking voor 2027.

Reken de auto van de zaak door voordat je een contract verlengt. De eindheffing van 12 procent komt bij jou terecht en is niet verhaalbaar op je medewerker. Stel je een auto nog vóór 1 januari 2027 ter beschikking, dan valt hij tot 17 september 2030 buiten de heffing. Heb je een oude auto, reken dan met 17 jaar en niet met 25.

Zet je loonkostenpost voor 2027 apart in de begroting. De Whk-premie gaat omhoog, de vrijheidsbijdrage loopt via de Aof-premie en de zorgpremies stijgen. De percentages volgen later, de richting staat vast.

Heb je een bv met eigen ontwikkelwerk, loop de innovatiebox na met je adviseur. Het forfait gaat naar 100.000 euro, en juist bedrijven die de box nu laten liggen zijn de doelgroep.

Verbruik je veel water, reken de 10 cent per kubieke meter door. Het heffingsplafond van 50.000 kubieke meter vervalt tegelijk, dus het effect is groter dan de tariefsverhoging alleen.

Plan een controleronde halverwege november, rond de stemming in de Tweede Kamer. Alles wat hierboven "staat in het wetsvoorstel" heet, kan tot dat moment nog schuiven.

Waar dit op rust

De Prinsjesdag-stukken zijn op 16 september 2026 zelf geopend en nagelezen. De wetteksten zoals ze per 1 januari 2027 gaan gelden, en de kabinetsstukken van vóór Prinsjesdag, zijn op 15 september 2026 gecontroleerd op wetten.overheid.nl en zoek.officielebekendmakingen.nl. De tekstversies per 1 januari 2027 bevatten alleen wijzigingen die al zijn aangenomen en gepubliceerd; maatregelen uit het Belastingplan 2027 staan er dus nog niet in. Waar de wet en het wetsvoorstel uit elkaar lopen, staan ze allebei genoemd.

  1. Wetsvoorstel Belastingplan 2027 met memorie van toelichting, aangeboden 15 september 2026, 184 pagina's. Artikel I (kilometervergoeding, youngtimergrens naar 17 jaar, energie-investeringsaftrek naar 45,5 procent, startersaftrek naar 10 euro, arbeidskorting, ouderenkorting, schijventabel), artikel II (per 2028: youngtimergrens naar 20 jaar, startersaftrek vervalt, afdeling 6.5 specifieke zorgkosten vervalt), artikel III (per 2029: bosbouwvrijstelling en startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid vervallen), artikel X (loonbelasting), artikel XXI (overdrachtsbelasting), artikel LV en LVI (tabelcorrectiefactor), en de paragrafen 4 (inkomensbeleid en vrijheidsbijdrage), 5.1 tot en met 5.27 (alle maatregelen) en 11 (gevolgen voor burgers en bedrijfsleven, tabel 19).
  2. Miljoenennota 2027, Kamerstuk 37 020, nr. 1, ontvangen 15 september 2026. Paragraaf 1.2 (investeringen, hervormingen, knelpunten), paragraaf 2.2 met de toelichting op de uitgavenmaatregelen 20 tot en met 28 en 42 tot en met 48, paragraaf 2.3.1 met tabel 4 (inkomstenkader) en de toelichting op de maatregelen 1 tot en met 59, paragraaf 2.3.2 (koopkracht- en energiepakket) en paragraaf 2.3.3 (samenvatting maatregelen Belastingplan).
  3. Miljoenennota 2027, bijlagen en toelichting, Kamerstuk 37 020, nr. 2. Tabel 3.1.7.1, raming belasting- en premieontvangsten 2026 tot en met 2031.
  4. Samenvatting Miljoenennota 2027, 15 september 2026.
  5. Regeerakkoord Aan de slag, bouwen aan een beter Nederland, 30 januari 2026. Pagina 29 (vrijheidsbijdrage via de Aof-premie, vennootschapsbelasting niet omhoog, WBSO, innovatiebox, EIA, MIA en Vamil samenvoegen, borgstelling mkb-kredieten, EU-beleggingsrekening en win-winlening, box 3 naar vermogenswinst) en pagina 30 (Vereenvoudigingswet, minimaal 500 regels).
  6. Voorjaarsnota 2026, Kamerstuk 36 915, nr. 1, 27 maart 2026.
  7. Kamerbrief strategische agenda 2026-2030, staatssecretaris van Financiën, 10 juni 2026, Kamerstuk 32 140, nr. 309, met bijlage 1 over de voorlopige inhoud van het pakket Belastingplan 2027.
  8. Wet op de loonbelasting 1964, tekstversie per 1 januari 2027: artikel 31a derde lid (vrije ruimte), 31a achtste lid (expatregeling), 31a tweede lid onderdeel i (branche-eigen producten), 32ba eerste lid (pseudo-eindheffing vervroegde uittreding), 32bc (pseudo-eindheffing fossiele personenauto's), 39j (overgangsrecht tot 17 september 2030) en 13bis eerste en tweede lid (bijtelling, youngtimergrens en korting nul-emissie).
  9. Wet inkomstenbelasting 2001, tekstversie per 1 januari 2027: artikel 3.6 (urencriterium 1.225 uur), 3.76 (zelfstandigenaftrek 900 euro en startersaftrek 2.123 euro), 3.78 (meewerkaftrek), 3.79 (stakingsaftrek), 3.42 derde lid (energie-investeringsaftrek 40 procent) en 3.15 zesde lid (0,23 euro per kilometer).
  10. Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 610aa, tekstversie per 31 december 2026, met de wet van 18 juni 2026 (Staatsblad 2026, 158) en het inwerkingtredingsbesluit van 13 juli 2026 (Staatsblad 2026, 207).
  11. Wet van 18 december 2024 ter uitvoering van de beëindiging van de salderingsregeling voor elektriciteit, Staatsblad 2025, 17.
  12. Beleidsbesluit fiscale maatregelen naar aanleiding van de energieschok, staatssecretaris van Financiën, Staatscourant 2026, 18302. Regelt 0,25 euro per kilometer met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 en de tijdelijke mrb-verlaging vanaf 1 juli 2026; het besluit vervalt per 1 januari 2027.
  13. Brief over de autobelastingen, staatssecretaris van Financiën, 22 juni 2026, Kamerstukken I 36 812 en 32 800, nr. Z. Verlenging van de overgangstermijn pseudo-eindheffing naar 1 januari 2031 en een vrijstelling voor zeven aaneengesloten dagen.
  14. Fiscale verzamelwet 2027, Kamerstuk 36 938, voorstel van wet en memorie van toelichting, paragraaf 2.4 over de afschaffing van de eerstedagsmelding.
  15. Contourenbrief elektronisch factureren en rapporteren, staatssecretaris van Financiën, 11 september 2026.
  16. Wet werkelijk rendement box 3, dossier 36 748 bij de Eerste Kamer, met de brief van de staatssecretaris van 19 juni 2026.
  17. Motie-Dassen over dekking in ondoelmatige en ondoeltreffende fiscale regelingen, Kamerstukken II 36 848, nr. 101.
  18. Kamerbrief Vereenvoudigingswet, staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, 7 september 2026.
  19. Kamerbrief fiscale stimulering van startups en scale-ups, 3 juni 2025, Kamerstuk 32 140, nr. 256, met de aankondiging dat de stakings- en meewerkaftrek per 2027 voor 75 procent worden versoberd.
  20. Belastingplan 2026, wet van 17 december 2025, Staatsblad 2025, 444, voor het pad van de heffing op vervroegde uittreding, de drempelvrijstelling en het vervallen van het heffingsplafond in de belasting op leidingwater. Afbouwpad zelfstandigenaftrek: Belastingplan 2023, Staatsblad 2022, 532.